Posts Tagged ‘schrijven’
Redigeerst
Soms krijg je echt leuke klussen zomaar in je schoot geworpen. Zo voel ik me vereerd dat ik gevraagd ben om redactioneel mee te werken aan het tweede boek van schrijver Peter van Noort. Na het succes van zijn debuut ‘God had een snipperdag’, zal deze tweede bundel ongetwijfeld alle verwachtingen gaan overtreffen. De fans zitten in ieder geval al in de startblokken om naar de boekpresentatie af te reizen.
Koch
Geef me een letter en ik lees het hele woord. Al zit het los of vast, ik lees het. Dikke boekwerken, dunne brochures, lijvige biografieën lees ik met het grootste gemak. De ware schrijver is een hartstochtelijk lezer. De laatste tijd lees ik de boeken van Herman Koch. Omdat dat me bevalt. De man heeft een vlotte stijl, snelle hoofdstukken, een gestage opbouw en functionele terug- en vooruitblikken. Tot zo ver geen kwaad woord over Koch. Maar wat me mateloos irriteert, is dat hij het verloop van de intieme scènes voornamelijk overlaat aan de fantasie van de lezer.
De smeerlap.
Initiatief
Een paar dagen terug had de lamlendigheid me stevig in zijn greep, dus dacht ik met enige moeite tegen mezelf: ‘kom, ik neem eens een initiatief.’
Daar stond ik zelf van te kijken. Ik heb het normaal gesproken niet zo erg op eigen initiatieven. Die heb ik sinds mijn trouwdag met de liefste, knapste, mooiste en slimste ook niet echt meer nodig. Zij heeft namelijk de broek aan en als ik wat recalcitrant ben, laat ze die broek heel even zakken, meestal heb ik aan een minuut of twee genoeg, en dan is het voorlopig weer goed.
Perspectief
De man bewoog zich langzaam, aarzelend, alsof hij in gedachten verzonken was en zijn hersenen moeite hadden om de juiste signalen naar de benodigde beenspieren te verzenden. Het leek me overduidelijk dat de man onderhuids een dilemma aan het bevechten was. Ook de vrouw op het bankje observeerde de traag wandelende man en kwam met haar onverbiddelijke conclusie:
Duimzuigen
Ik begon goedgeluimd aan een nieuw stukje. In verhaalvorm, niet weer een persoonlijk relaas over de boodschappen, het tuincentrum, het gezellige etentje gisteravond, of erotische verwikkelingen tussen mijn lief en mijzelf, maar gewoon een kort verhaaltje. Een beetje sinister verhaal over twee broers die samen wat duistere zaakjes doen. Compleet uit de dikke duim gezogen.
Eric
Ineens was Eric daar. Ik had hem niet aan zien komen, hij had zich ook niet van tevoren aangemeld. Meestal doen ze dat ‘s nachts, als ik slaap of me in die schemertoestand tussen waken en slapen bevind. Maar Eric niet. Die was er gewoon ineens. Ik heb ook niet nagedacht over zijn naam, of mijn lief om advies gevraagd, zoals ik vaker doe. Terwijl ik begon hem een karakter te geven, wist ik dat hij Eric heette. En ik had gelijk al een grondige hekel aan hem, terwijl ik toch ook wel heel veel van hem begreep.
Jongen van de straat
Ik ben en blijf, ondanks mijn gigantische succes en populariteit, een jongen van de straat. Ik zal ook nooit mijn afkomst verloochenen. De herinnering aan mijn moeder die de gordijnen verknipte om daar luiers van te vouwen, staat me nog helder voor de geest. Later naaide ze het hele zooitje weer aan elkaar en hing ze weer gewoon op en nam trots de complimenten van de buren in ontvangst over die mooie nieuwe kleur. Ook weet ik nog als de dag van gisteren dat ik op het dievenpad werd gestuurd door mijn vader. Op vijfjarige leeftijd. Ik dan. Mijn vader was al toen al veel ouder dan mijn.
Bek
Ik met m’n grote bek. Samen komen we nog wel eens dik in de problemen. Zo zit ik op 12 december ‘s avonds van negen tot middernacht wederom in de studio van radio Enkhuizen, omdat ik me zo nodig tegen van alles aan moest bemoeien. ‘Die Victor de Keijzer, die is pas grappig, dÃe moet je nemen voor een avondje leuke radio!’ En iedereen verheugt zich er op.
Schrijvers onder elkaar
“Misschien is een fusie tussen ons mogelijk, bedenk ik me. Tussen de schrijver van dit boek, die geen bloed maar whisky aangelengd met ongezuiverd water uit de Rotte door zijn aderen heeft lopen en ondergetekende, de schrijver van dat andere boek die geen bloed, maar veel te veel koppen koffie als levensvocht in zijn lichaam heeft.“
De negen tot vijf mentaliteit
Die heb ik dus niet, die mentaliteit. Nooit gehad ook. Meestal is het van tien tot vier. Of van vier tot twee. Ligt er aan hoe laat ik midden in de nacht wakker word en mijn laptop al weer zachtjes hoor roepen. Slapen is voor sukkels. Een tijdverdrijf dat weinig tot niets oplevert. Alleen bankdirecteuren worden slapend rijk. Omdat die zich van tevoren flink in de graaicultuur hebben ingewerkt. De echte veroorzakers van de financiële crisis weten zich verzekerd van een ruime oprotpremie. Genoeg om voor de rest van hun leven onbezorgd te gaan slapen.

