Home
Columns
Archief
M'n kids
Aan de andere kant
Fotoalbum
Gastenboek
Over deze site
Mail
MSN

Glimlach



www.flickr.com

Vic leest:
about:blank
bassiedeboer
bieslog
bijzinnen
bloglog
boekennieuws
casaspider
corrie
crash
cursief huigje
dr.d
dreadloki
een beetje
hansb
harry
henk-marlies
inkepinkie
jereinsteonzin
joran
justathought
klaas
kluun
menno nicolai
merelroze
misdruk
pascal
paul claessen
paool
ramon
robin rotman
sjaak
snoopy
struikel
sudesh
timmietv
tinekus
vandenb
vandiedingen
verbaljam
victordekeijzer
victorenmaartje
vidajo
watgeefik
webkim
woordenaar

De Razende Bol
Vic is:

Rotterdam
Enkhuizen
Gauloises
Schrijver
Furlieft
Grappig
Sociaal
Maartje
Brenda
Mandy
Bier
Lief
U2
46


RSS feed


© Victor de Keijzer 2007  
In principe niet

Ik hoorde een bepaalde meneer van een bepaalde partij afgeven op mensen die bij de laatste verkiezingen niet meer op zijn partij gestemd hadden, maar voor een alternatief hadden gekozen. Zijn boodschap was dat je nooit van je principes af mag stappen. Klinkklare onzin, natuurlijk. Principes zijn juist verzonnen om vanaf te stappen. Als je tenminste de wil hebt om te luisteren, andere meningen te respecteren en te leren van anderen en van jezelf.
Het principiële superioriteitsgevoel van een mevrouw Verdonk en een meneer Wilders en heel veel volgzame dove en blinde tyfushonden, horen wat mij betreft bij de principes waar men niet voor hoeft te schromen om daar vanaf te stappen. Net zoals het principe dat je groepen waar je het niet mee eens bent, niet voor blinde tyfushonden of andere onwelvoeglijke benamingen uit mag maken. Dus ik neem het bij deze al weer terug.

# 30 november 2006, 11:52


Kerstverhaal 2006 - Spijt

De kamer was donker en in een benauwde atmosfeer gedompeld. Bedrukt en in gedachten verzonken zaten haar beide dochters naast haar sterfbed. Zij had haar ogen dicht, maar voelde hun aanwezigheid. Alles deed pijn nu. Ze hoopte op een spoedig inslapen. Maar niet voordat ze haar laatste woorden gesproken had...

Lees verder...

# 27 november 2006, 20:00


Uitbuiken

Het is nu echt bizar lang, mijn haar. Ben namelijk al een tijdje niet naar de kapper geweest. Om precies te zijn, al drieëntwintig jaar niet. Omdat er altijd wel een of ander vrouwspersoon met haar handen, schaar en tondeuse door mijn haar zat te wroeten. Maar ook dat is al weer geruime tijd geleden. Het is nu zo lang, dat het weer bijna in mijn ogen hangt. En dan zie ik weinig. Met derhalve een grote kans dat ik zomaar tegen de lamp loop. Dus mijn lief heeft het kloeke besluit genomen om de tondeuse weer eens ter hand te nemen en er straks eens flink op los te scheren.

Vanmorgen vroeg, toen mijn ogen nog dichtgeslagen leken door de slaap, hing haar haar plots in mijn ogen. Dat vind ik een stuk minder erg, wakker worden met haar haar in mijn ogen en gehijg in mijn oren. Nee, we hebben geen hond.
Dit was voorlopig de laatste keer in deze kleur. Want straks gaat ze er een kleurspoelinkje doorheen jassen. Door haar eigen haar bedoel ik. Aan mijn haar geen polonaise. Ook al heeft mijn zus geconstateerd dat er hier en daar een wat grijzige gloed in mijn weelderige lokken verschijnt. Grijsheid komt met de jaren, zeg ik altijd. Wel, niet altijd, want je moet ook wel eens wat anders zeggen. Anders wordt je saai.
Hetzelfde geldt voor mijn buikje. Ook dat groeit gestaag met de jaren mee. Krijg steeds meer moeite met het inhouden van die vetbult. Je loopt een beetje paars aan, zegt ze steeds als ik me uitkleed. Straks, als we getrouwd zijn, hoef ik me gelukkig niet meer in te houden. In de huwelijksnacht komt de aap uit de mouw en zal ze vaststellen dat er veel meer Victor de Keijzer is, dan waar ze op had durven hopen.

# 25 november 2006, 12:34


Bedankt

Bij deze wil ik van de geboden gelegenheid gebruik maken om langs deze sympathieke weg iedereen te bedanken die door de fanatieke lobby van mijn lief en mij van de afgelopen weken, besloten hebben om net als wij ook op de SP te stemmen. Pa en Ma, bedankt. Waarbij ik dan nog even de kanttekening wil plaatsen dat ik de hoop heb dat mijn vader zijn bril ophad toen hij bij volmacht voor mij gestemd heeft, anders is de kans aanwezig dat ik deze keer voor het eerst van mijn leven per ongeluk mijn stem op de SGP heb laten vallen. (Ik weet zeker dat er een S en een P in zaten, dus dat zal deze wel zijn…)
Daarnaast, en niet in de laatste plaats, wil ik goedheiligman Sint N. bedanken voor de zaken die we, ondanks ons rotsvaste ongeloof, toch in onze respectievelijke schoenen hebben gekregen. Maartje is erg blij met haar pure chocoladeletter M. en het jaaroverzicht van Loesje, en ikzelf was blij verrast door wat ik in míjn schoen vond: een zeer penetrante zweetlucht. Ach, het is in ieder geval iets.

# 23 november 2006, 10:09


Triest

Ze heeft vanmorgen héél vroeg haar spullen gepakt en is spoorslags vertrokken naar Castricum. Mij zielsalleen en uiteraard jankend achterlatend. Snikkend heb ik afscheid genomen op het station in Enkhuizen. We hadden het zo mooi samen, er was zoveel liefde tussen ons. De klik was er nog steeds. Maar nu is ze naar Castricum vertrokken.

Wat doe je dan? Je veegt je tranen weg, zet alle computers aan en gaat aan het werk. Schrijven is ook werken, vind ik. Ik ben momenteel de personages flink aan het uitdiepen. En zit me af te vragen hoe groot de tieten van Ilse, de zus van Frank, moeten worden. Ik vind zelf dat ze toch wel van enig formaat moeten zijn, ook gezien het sletterige karakter van Ilse. Maar ik ben er nog niet helemaal uit.

Was zij maar hier. Dan kon ik het haar vragen. Maar ze is naar Castricum vertrokken. Mij jankend achterlatend. Ik kan haar natuurlijk even een sms sturen en vragen hoe groot de tieten van Ilse moeten worden. Ja, dat doe ik. Ik stuur haar een sms. En daar stop ik dan gelijk een kusje in.
Misschien heeft ze het wel te druk voor me. Dan vraag ik het vanavond wel. Want vanavond is ze weer thuis. Bij mij.

# 21 november 2006, 10:59


Heftig

Ik kan nog wel eens heftig reageren. In discussies, meningsverschillen, politieke debatten, of gewoon zomaar in gesprekken over niks. Dat is simpelweg omdat ik altijd gelijk heb en vind dat iedereen recht heeft op mijn mening. Dus dat zullen ze weten met z’n allen!
Zo zat mijn lief op een mooie herfstdag te bladeren in een van haar vakbladen, Esta, Linda, Cosmo, Starstyle, Beau Monde, kies er zelf maar eentje, want ik ben het al weer kwijt. Ze las een interview met Tanja Jess, en merkte terloops op dat Tanja van Duitse afkomst is. Daar schrok ik een beetje van, want dat had niemand me ooit verteld. Dus ik reageerde op de enige juiste manier, mijns inziens:
“Die moffenhoer! Die moeten ze gewoon kaalscheren, met pek en veren bedekken en door de straten van Amsterdam jagen, linea recta terug naar Duitsland!”
Verongelijkt ging mijn lief brood smeren. Dus toen kreeg ik wéér op m’n boterham dat ik te heftig reageerde. Ik snap het niet. Wat zeg ik nou verkeerd?

# 19 november 2006, 11:08


Van opdracht tot boodschap

Glimlach!En zo verlangen verschillende mensen ineens een opdracht van me. In hun kopie van ‘Glimlach’. En dan klap ik dicht. Ben niet zo’n ster in opdrachten geven. Dat bleek al uit mijn tijd als manager. “Doe ‘ns lachen!” Zei ik wel vaak tegen collegae, als ze weer eens met hun ziel onder hun arm liepen.
“Doe eens glimlachen!” kan ik nu wel in de omslag krabbelen. Maar dat klinkt weer zo belerend. Bovendien krijg je flink kramp in je bek als je heel de dag loopt te glimlachen.
Er zijn ook mensen die ronduit bekennen dat ze tranen in hun ogen krijgen van sommige verhaaltjes van mij. Dan schrik ik, want ik ben dan misschien (nog) geen topauteur, maar zó slecht is het toch allemaal niet? “Doe eens lachen!” glimlach ik dan weer zenuwachtig in herhaling vallend.
“Wat wil je erin?” vroeg ik aan een meisje die ook een opdracht wilde. “Gewoon een boodschap” vroeg ze.
“Drie ons palingworst” overwoog ik te schrijven. Maar dat kan ook weer verkeerd opgevat worden. Dat ik eigenlijk bedoel dat ze een vet hart moet krijgen, of zo.
Dus ik moet een beetje op mijn tellen passen. Dan maar vrij naar Koot en Bie: “Een boekje voor de koude winteravonden. Doet het geweldig in de open haard.”

# 17 november 2006, 9:41


Even verhaal halen

Dat heb ik dan weer. Je moet begrijpen dat ik best goed slaap, geen problemen op dat vlak. Maar ik word ook wel eens wakker, op onmogelijke tijden. Dan zit er blijkbaar ineens iets in m’n kop wat eruit moet. Misschien door dromen, meestal weet ik dat niet meer, want mijn droomgeheugen is al jaren stuk. Maar dat heb ik dus soms.

Dan lig ik klaarwakker, met een idee of een compleet verhaal. En dan moet dat eruit, op papier. En wel direct. Dus dan sluip ik zachtjes in het donker uit bed. Plant een elleboog in het gezicht van mijn lief, omdat het nou eenmaal donker is en zij in een onmogelijke hoek ligt. Dan begint ze te kreunen en dan fluister ik haar weer in slaap. “Ik heb weer wat, sorry” mompel ik dan en glip de slaapkamer uit. Op de overloop stoot ik mijn kop tegen de rand van de eikenhouten spiegel en ga met mijn blote poten boven op de ruwe gesp van mijn riem staan. Iemand heeft dat ding de vorige avond blijkbaar zonder pardon laten slingeren. Gesmoord vloekend schiet ik in mijn wiek en vervolgens in mijn joggingbroek. Als een dief in de nacht tijger ik de trap af.
In een uurtje tijd pleur ik de ideeën in een vers documentje. Daarna kan ik weer tevreden gaan slapen. ’s Ochtends met de eerste koffie lees ik het heel zooitje nog eens door en ik lach mezelf eerst uit en vervolgens toe. Want hier kan best wel eens iets moois uit ontspruiten. Ik ben zwanger van mijn volgende boek.

# 15 november 2006, 14:39


Waarom zij

Na een flinke reis, stond ik eindelijk voor de poort van de grote witte villa. Ik hoorde het gezoem van een camera, bevestigd aan een der pilaren waaraan het toegangshek bevestigd was. Voordat ik op de knop van de intercom in de pilaar kon drukken, klonk een blikken stem uit de luidspreker: “Mijnheer de Keijzer?” Ik was verrast, had me niet aangemeld, niet van tevoren gebeld. “Eh… Ja?”

Lees verder...

# 13 november 2006, 18:00


Dancing through the fire, just to catch a flame

Stanley Road - Paul WellerDie heb ik in ieder geval weer terug. Toen ik zeven jaar geleden vertrok, heb ik niet veel meer meegenomen dan de kleren die ik aan had. Zelfs mijn imposante cd verzameling heb ik achtergelaten. En ik vermoed dat die zo onderhand ritueel verbrand is.
Af en toe krijg ik een flashback. Dancing through the fire, just to catch a flame. Hoorde ik Paul Weller weer eens zingen in een documentaire over zijn Jam, Style Council en zichzelf op de BBC. En zo stond ik nog geen dag later in de cd zaak, om Stanley Road weer aan te schaffen. Voor de tweede keer in mijn leven. Omdat ik al wist dat ik daar geen spijt van zou gaan krijgen.
Je moet alles in je leven minstens twee keer proberen, vind ik. Had ik al verteld dat ik weer ga trouwen? Ik ga weer trouwen. Ook fouten moet je minimaal twee keer maken, dan leer je er dubbel van. Dus als u mij wilt verontschuldigen, dan ga ik nu de zondagochtendcroissants weer verbranden.

# 12 november 2006, 10:59


Onverbiddelijke ondervraging

“Let op” zei ik tegen mijn lief. “Watch and observe. Dit is hoe je informatie loskrijgt.” Want we hadden sterke vermoedens dat bepaalde sujetten druk bezig waren met dingetjes voor onze aanstaande bruiloft. En we hadden, door reduceren en deduceren, harde aanwijzingen dat met name afgelopen zondag obscure bijeenkomsten belegd waren.

Uiteraard nam ik een omweg. Nooit rechtstreeks op je doel afgaan, dat schept wantrouwen. En we willen niet wantrouwen, we willen trouwen. Dus ik richtte me op Jacqueline, die naast me zat. “Zo! Zondag had ik last van mijn maag! Niet normaal! Dus ik heb heel de dag op bed gelegen. En jij? Wat heb jij zondag gedaan?” Jacqueline begon enthousiast haar antwoord te formuleren, maar dat interesseerde me bitter weinig. Terwijl zij midden in haar zin zat, keek ik vorsend naar één der verdachten, mijn zusje, die naast Jacqueline zat. “En jij? Wat heb jij zondag eigenlijk allemaal uitgespookt? Nou?”

Ze liep rood aan. Terecht. Mijn dwingende ondervraging deed haar sidderen. Ze stamelde iets over tv kijken, maar kon niet verbloemen dat ze zat te liegen tot ze barstte. Terwijl haar man mokkend de brokken opruimde, ging ik onvervaard op mijn volgende doel af. Mijn oudste zuster. Die al zenuwachtig zat te giechelen en zich geen houding wist te geven. “Jij ook boer zoekt vrouw gekeken? Toevallig? En wie is er dan weggestuurd? Zeg dan?” Ze riep bloednerveus wat namen die ik niet kon verifiëren, omdat ik het programma zelf nooit gezien heb. Angstig als een hert wat in aanstormende koplampen staart, keek ze hulpeloos naar mijn moeder, dé expert op het gebied van emotie-tv.

“Zoek je bevestiging of zo?” Ik schreeuwde nog net niet, maar wist wel zoveel kracht in mijn stem te leggen dat mijn zus bibberde als een parkinsonpatiënt. Het leek me inderdaad vrij duidelijk dat ze op zoek was naar bevestiging, dus ik heb haar meedogenloos aan haar stoel vastgespijkerd.

Later werden onze vermoedens van diverse kanten bevestigd. Denk ik. En ik heb mijn lief laten zien hoe je onvervaard de confrontatie aan moet gaan. Dus ben wéér in haar achting gestegen. Denk ik. En de rest zal het voortaan wel uit hun hoofd laten om me nog een keer te laten trouwen. Denk ik. Hoop ik.

# 10 november 2006, 13:07


Later als ik groot ben

Vandaag, en ook gisteren trouwens, deden we Rotterdam weer aan. Mijn lief had zakelijke bezigheden in het beursgebouw, ze is namelijk ongelooflijk belangrijk, en ik greep de kans met twee handen aan om weer eens lekker door de stad te struinen. Maar ik had eerst een taakje. Op het moment dat ik die taak uitvoerde, was ik me niet bewust van het feit dat exact vijftig jaar eerder mijn ouders op exact dezelfde plek aanwezig waren. Ik was op het stadhuis om de laatste voorbereidingen voor de huwelijksvoltrekking van mijn lief en mijzelf te regelen. Het huwelijk van mijn ouders werd op hetzelfde tijdstip vijftig jaar eerder voltrokken.

Gisteravond hebben we dat op gepaste wijze gevierd. Met een huis vol eten, drinken en dierbaren. Zoals gewoonlijk ging het dak eraf en was het weer geweldig. Zoals ongewoonlijk had ik na afloop een zeer surrealistisch gevoel. Vanwege de wetenschap dat dit misschien de laatste keer was in deze bezetting en het pijnlijke bewustzijn dat mijn moeder er over een tijdje niet meer is. Ook vanwege het gevoel dat de hechte band die de mensen op dat feestje hebben, nog eens extra versterkt is en dat het ongewilde middelpunt van de belangstelling door dit soort bijeenkomsten er straks, als ze er fysiek niet meer is, er in gedachten dubbel en dwars bij zal blijven. En da’s wel mooi. Dat wil ik ook, later als ik groot ben.

# 9 november 2006, 0:57


Aperitiefje, liefje?

Dat heb ik soms. Eigenlijk heb ik dat best vaak. Dan verzin ik een bestaand woord. Klinkt raar, hè? Ik ben ook best raar. Stel, dat een fictief stel op het punt staat om het diner aan te vangen. Het is knus in huis, de kaarsen branden en zo en het fictieve stel loopt over van de sfeer. De pannen staan op het vuur te pruttelen, er hoeft weinig culinaire arbeid meer gestoken te worden in het avondeten, en de man van het stel vraagt plots aan zijn lief: “Heb je zin in voorvocht?” Waarop zij dan een vies gezicht trekt en afhoudend reageert, want het is dan wel knus en zo, maar voor dat soort knusheid vindt ze het nog echt geen tijd. Ze glimlacht, maar je ziet haar ook denken: “Hij is best raar, soms.” Dan niet, denkt de man en schenkt alleen voor zichzelf een bourbon in. Als hij met deze godendrank op de bank gaat zitten en zijn eerste nipje neemt, valt het kwartje pas bij haar en ze eist ook voorvocht in de vloeibare vorm van een glas rode wijn. Proost.

# 6 november 2006, 13:10


Stem

“In het binnenland ligt de vorst” hoor ik een nieuwslezer koeltjes oplezen. Zeker weer teveel gezopen, denk ik bij mezelf. Het is een schande. Mijn hoofd bonkt, de kater die daar opgesloten zit wil eruit. Maar ik ga onverdroten door met het uitpersen van sinaasappels. Daar prak ik lekker wat beschuitjes doorheen. Dat weet ik nog van vroeger. Als ik ziekjes was en mijn moeder me tot diep in de grond vertroetelde...

Lees verder...

# 4 november 2006, 12:43


Moe

Jong van geest. Dat was ze altijd geweest. Hoewel ze nu toch aan zichzelf toe moest geven dat ze haar werkelijke leeftijd met rasse schreden benaderde. De ziekte maakte haar zwak en vooral moe. Zo verschrikkelijk hondsmoe. De kleinste inspanningen beulden haar zieke lichaam af en maakten dat ze zichzelf in de spiegel uitschold voor ‘bejaarde’.

Ze wist niet hoe lang nog ze nog had. Heel diep in haar hart voelde ze een heimelijk verlangen om er gewoon stiekem tussenuit te knijpen. Als mensen haar nu zouden vragen: “Hoe is het leven?” zou ze antwoorden: “Er lijkt maar geen einde aan te komen!” Ze glimlachte mat tegen haar spiegelbeeld.

Beneden klonk de deurbel. De visite van vandaag, weer een lichting afscheidsnemers. Ze overwoog nog even om wat make-up op te doen, maar liet het erbij zitten. “Hier moeten ze het maar mee doen.” Mompelde ze tegen de spiegel. Ze rechtte haar rug en liep langzaam de trap af voor een van haar laatste optredens op dit podium, in deze kleine zaal. Gesterkt door de wetenschap dat ze ooit op het grote podium zou mogen schitteren, kwam ze glimlachend op.

# 3 november 2006, 1:12


Ochtendhumeur

Irritant. Kom ik uit bed, niet eens zo gek laat, kan ik het weer nergens vinden. Mijn lief nog een sms gestuurd met de vraag of zij misschien weet waar het ligt, krijg ik als antwoord dat ik in mijn bed moet kijken. Maar daar lag het niet, want ik kwam er net uit. In de keukenkastjes gekeken, de voorraadkast, zelfs de wc nog effe gecheckt. Nergens te vinden. Koffie zetten dan maar en de laptop vast opstarten. Pissen en in de spiegel nog steeds die irritante grijns op m’n eigen smoel ontwaren. Ritueel op de bank ploffen met de eerste bak koffie.

De digitale kranten minutieus doornemend, merk ik dat de grijns langzaam maar zeker verdwijnt. Wat een onzin, pulp, leugens, verdraaiing van feiten, puinhopen, suggestieve journalistiek en soms pure smaad. Dan realiseer ik me tot overmaat van ramp ook nog dat mijn moeder vandaag weer een shot chemotroep gaat krijgen. Ik krijg al flink de tering erin en plotseling kom ik erachter dat ik het toch gevonden heb! Mijn ochtendhumeur! Ik was er blijkbaar middenin gaan zitten! Smalend lach ik mezelf uit.

# 2 november 2006, 12:57


Woest was ik

Ik bevond me bij de Hongaars-Roemeense grens in een koud en grauw douanekantoortje en trachtte de dienstdoende ambtenaar in gebrekkig Duits en vloeiend Engels uit te leggen dat hij mijn documenten moest stempelen. En dat dan zonder de gebruikelijke steekpenningen graag. Het hele grensritueel had al een uurtje of zeven in beslag genomen, waarbij mijn lading, mijn papieren en ikzelf grondig onder de loep genomen waren. Dat ene stempeltje was alles wat me nog tegenhield om in één ruk door naar Boekarest te scheuren. Uiteindelijk deed de douaneman een gretige greep in zijn la en toverde triomfantelijk een stempel tevoorschijn. Ik slaakte zo’n luide zucht van verlichting dat de felle TL buis boven het bureau bijna overbodig werd. Toen de man de stempel met een gemene grijns onder zijn besnorde bovenlip in zijn mond liet verdwijnen, werd ik vloekend wakker. Wéér zo’n droom.

Blijkbaar had ik mijn lief ook stevig wakker gevloekt, want die begon me direct met zalvende stem gerust te stellen. Over dat ik op een wit zandstrand lag met wuivende palmen en het nieuwe boek van Henning Mankell in de hand en obers in witte pakken die mijn bier af en aan droegen en lekkere shoarmasnacks voor me bereidden. Een zeer aangenaam zonnetje verwarmde mijn spieren, op de achtergrond speelde een bandje ontspannende muziek en de groenblauwe zee kabbelde sereen, terwijl mijn lief naast me lieve, rustgevende woordjes in mijn oor fluisterde. Dus ik draaide me naar haar toe, om haar een liefdevolle kus op die mooie volle lippen te drukken. En precies op dat moment schoof er een flinke hap zand rechtstreeks mijn onderboek in. Woest was ik. Ik kan niet slapen met zand in mijn onderbroek. Dus sprong kwaad met het verkeerde been uit bed, mijn lief beduusd achterlatend met de snauwende mededeling dat ik dan maar een stukje ging schrijven. Vandaar.

# 1 november 2006, 2:12


Volgende
Terug naar boven

Vorige